KOLLUMERWAARD- In het Lauwersmeergebied leven 'grote grazers'
het gehele jaar op de voormalige zandplaten en kwelders van de
oude Lauwerszee. De meeste Schotse hooglanders en Konikpaarden
lopen rond op de Kollumerwaard en de Zoutkamperplaat. Hun totale
leefgebied bedraagt zo'n 2000 hectare. Het aantal Konikpaarden
telt gemiddeld 160 dieren en dat van de Schotse hooglanders 250
stuks. Samen zorgen de runderen en de paarden voor een open en
half open landschap in het Lauwersmeergebied. Zonder begrazing
zullen binnen korte tijd overal uitgestrekte rietvelden met
ruigtekruiden en broekbossen ontstaan. De graasactiviteiten
zorgen voor afwisseling in het landschap. Op de plaatsen die
voor de grazers bijna onbegaanbaar zijn, ontstaan bosstruwelen.
De meer hoger gelegen delen worden als grazige open plekken in
stand gehouden en soms uitgebreid ten koste van riet- en ruigte
begroeiing. De open plaatsen worden op hun beurt weer veel
bezocht door watervogels en ganzen, die zich te goed doen aan
het jonge riet en de zaden van de verschillende plantensoorten.
Aan de Schotse hooglanders hebben we in de vorige editie van
deze krant ruim aandacht besteed. Deze keer zijn de Konikpaarden
aan de beurt. Waar komen ze vandaan en wat maakt hen zo geschikt
voor een onbezoldigd dienstverband bij Staatsbosbeheer?
Eigenlijk was het paardenras officieel uitgestorven. Toch heeft
men dit oerpaard uit het verleden kunnen 'terugfokken'.
Vijftienduizend jaar geleden leefden er drie paardenrassen in
Europa in het wild: het bospaard, het przewazlski-paard en de
tarpan. De tarpan is het ras dat als voorloper wordt gezien van
het konikpaard. Ze leefden in de uitgestrekte moerassen en
bossen van Polen. De laatste tarpan is echter rond 1870 door
overbejaging uitgestorven. Het vlees van de tarpan werd veel
gegeten, het stond bekend als een delicatesse. Daarnaast vingen
boeren in het gebied de dieren en kruisten getemde tarpans met
hun eigen, tamme paarden. In Polen leven nog veel paarden met
een beetje tarpan-bloed. Maar pure tarpan-genen bestaan niet
meer. Deze half-tarpans worden in het pools 'konik' genoemd, wat
'klein paardje' betekent.
terugfokken
Aan de hand van oude beschrijvingen en een enkele afbeelding is
geprobeerd het oude ras terug te fokken. Daarmee is men in de
jaren dertig van de vorige eeuw in Proznan begonnen. Daartoe had
de Poolse regering alle paarden gevorderd die nog op de oude
tarpans leken. Nakomelingen van deze dieren vormden de basis
voor de nieuwe poolse tarpan. In 1981 heeft in Nederland de
stichting 'Tarpan' er voor gezorgd, dat er een keuze kon worden
gemaakt uit een groep paarden met verschillende 'bloedlijnen'.
Deze paarden zijn ter beschikking gesteld aan het Groninger
Landschap en aan Staats Bosbeheer. De eerste dieren werden
losgelaten op het terrein van de Ennemaborg (436 ha). Deze
kleine groep breidde zich als snel uit en er zijn in de loop der
jaren veel paarden vanuit dit gebied naar andere terreinen
overgeplaatst. Deze groepen werden later aangevuld met in Polen
aangekochte konikpaarden.
graven
Nu is een grazend paard doorgaans niet erg spannend om te
bestuderen. Maar bij de konikpaarden kunnen we nog zien wat
paarden eigenlijk in het wild eten. Als er gras is, zoals in de
zomermaanden, bestaat het menu voornamelijk uit gras. Maar in de
winter eten de dieren allerlei planten of bomen. Vroeg in het
voorjaar worden in de ondiepe waterplassen in het Lauwersmeer
waterplanten gegeten. De paarden weten dat de wortels van
sommige planten eetbaar (en kennelijk ook lekker) zijn. Deze
graven ze met hun hoeven uit. Wanneer het gras schaars is, eten
de dieren ook droog riet. In een natuurgebied als het Nationaal
Park Lauwersmeer kunnen de paarden zelf bepalen naar welk
gedeelte ze gaan. De oudste merrie bepaalt dat. Zij weet, uit
ervaring, waarop dat moment het meeste voedsel groeit. 's
Ochtends loopt de kudde dan eerst naar het voedsel. Tijdens het
eten verspreidt de kudde zich. Toch houden de dieren elkaar goed
in het oog. Als er voldoende is gegeten, ontbreekt de tijd aan
om een beetje te doezelen. Een soort middagpauze dus. Na de
middag worden de dieren een voor een weer wat actiever. De
'wakkere' dieren besteden hun tijd aan elkaar. De veulens
gebruiken deze tijd om uitbundig te spelen en te stoeien. Als de
zon over haar hoogtepunt is, trekt de kudde weer naar een plaats
om te grazen. Paarden hebben maar één maag, ze hoeven niet te
herkauwen, zoals bijvoorbeeld koeien.
dominant
Als bezoeker kunt u van een zekere afstand genieten van de kudde
konikpaarden. Konikpaarden gedragen zich meestal rustig, maar
het blijven natuurlijk beesten die in het wild zijn opgegroeid.
Ze zijn dus gewend aan groepsregels van wilde paarden. In zo'n
groep heerst een strenge rangorde. Als twee paarden elkaar
tegenkomen zal de lager in rang geplaatste aan de kant gaan. Als
hij of zij dat niet doet, heeft het paard grote kans gebeten te
worden door het hoger geplaatste paard. Om te erkennen dat een
ander paard hoger geplaatst is in de rangorde, kunnen lager
geplaatste paarden het 'hogere' paard voorzichtig aanraken;
bijvoorbeeld door te knabbelen aan de manen of de flank. Als een
mens een konikpaard gaat aaien, dat geeft hij eigenlijk aan dat
hij het paard als dominant ziet. Het paard kan zich dan op een
paarden-manier gaan gedragen en agressief gedrag tonen richting
de mens. Meer informatie over konikpaarden én Schotse
hooglanders in het Lauwersmeergebied vindt u op: www.lauwersmeerkudde.nl
|