|
Fierljepcentra
Zoals u wellicht weet, leggen in het
vroege voorjaar de kieviten hun eieren in de weilanden. Met
name voor Friezen en Groningers is het opzoeken van die eieren
een historische en geliefde bezigheid. Tijdens dat zoeken
moet herhaaldelijk over sloten worden gesprongen. Bij kleine
sloten lukt dat met een goede aanloop nog gemakkelijk, maar
bij de grotere vaarten komt daar een polsstok aan te pas.
Deze stok is aan de onderkant voorzien van een blok, om te
voorkomen dat de houten stok al te diep wegzakte in de drassige
bodem. Uit deze manier van slootjespringen ontstonden vroeger
al kleine wedstrijdjes. Uiteraard vonden die vooral in het
voorjaar en de zomer plaats.
Volwassen
Inmiddels is het polsstokspringen uitgegroeid van pure folklore
tot een volwassen wedstrijdsport. Vanaf de eerste officiële
wedstrijden in 1957 tot nu heeft het fierljeppen dan ook een
enorme ontwikkeling doorgemaakt. Van houten polsen tot aluminium
polsen. Van tijdelijk aangelegde dagschansen tot volwaardige
permanente accommodaties. Van ongetraind deelnemen aan een
dorpswedstrijdje tot uitgebalanceerd trainen voor het Nederlands
Kampioenschap. Bovendien wordt de sport vandaag de dag breed
beoefend: niet alleen senioren, maar ook junioren, jongens,
meisjes en vrouwen dagen elkaar uit wedstrijdverband.
Techniek
Om goed te kunnen fierljeppen moet de beoefenaar over zowel
lenigheid als kracht beschikken. Voordat men springt wordt
de polsstok in de juiste stand geplaatst. Bij diep water plaatst
men de stok dichterbij, omdat men rekening moet houden met
de weerstand van het water. Een fierljepper zal na een aantal
oefensprongen de voor hem of haar juiste afstand weten te
vinden. De aanloop ligt gemiddeld tussen de twintig en vijfentwintig
meter. De afzet naar de polsstok geschiedt met één
been. Vervolgens wordt met beide armen vooruit naar de stok
gesprongen, waarbij de benen aan weerszijden van de stok doorzwaaien.
Bij de insprong wordt het lichaam zo dicht mogelijk tegen
de polsstok geplaatst. Het is belangrijk dat de stok langzaam
over het dode punt gaat, de ljepper heeft dan meer tijd om
omhoog te klimmen. Dat klimmen gebeurt op verschillende manieren.
Het is goed om tijdens klimmen naar het topje van de polsstok
te kijken.
Begeleiding
Bij een goede afsprong wordt het lichaam krachtig van de polsstok
geduwd. Hoe hoger de ljepper klimt des te groter is zijn valsnelheid.
Bij een te hoge snelheid is het moeilijk om een goede afsprong
te maken. Deze afsprong wordt dan ook vaak als het moeilijkste
onderdeel van de sprong gezien. Om de kans op blessures te
voorkomen moet het zandbed in een uitstekende staat verkeren.
Voor beginners is het verstandig om met een groep gastspringers
onder begeleiding te komen oefenen bij een van de vele fierljepverenigen
die het Lauwersland rijk is.
In 1960 werd het Frysk Ljeppers Boun opgericht. Later werden
ook buiten Friesland fierljepwedstrijden gehouden. Dat resulteerde
in de oprichting van de Polsstok Bond Holland. In 1995 werd
de overkoepelende organisatie Nederlandse Fierljep Bond gevormd.
De FLB heeft op dit moment in Groningen en Friesland acht
verschillende afdelingen als lid. Het aantal actieve wedstrijdspringers
bedraagt momenteel rond de honderd. De acht leden zijn: Burgum,
Buitenpost, Grijpskerk, It Heidenskip, IJlst, Joure, Winsum
en Zwaagwesteinde.
Wilt u het zelf eens proberen? Klik
dan hier voor fierljepcentra in het Lauwersland
|