|
Oostmahorn- Het in de Middeleeuwen door een storm
verwoeste stadje Eson wordt momenteel in het Lauwersmeergebied
bij Oostmahorn herbouwd. Alle vergunningen voor de bouw van het
vestingstadje zijn uiteindelijk binnen en met de verkoop van de
huizen is bij voorinschrijving al begonnen. Onderdeel van
Esonstad is de herbouw van drie terpen, anno 2004 uiteraard
binnendijks. De ruim 250 woningen, voornamelijk bedoeld voor de
recreatie, worden in zestiende- en zeventiende-eeuwse stijl
opgetrokken.
Eigenlijk is het helemaal niet zeker of Eson, beter bekend
als Esonstad, ooit heeft bestaan. Een Middeleeuws geschrift
vertelt het volgende over de ondergang van Eson: 'Hoe als men
duysent twee hondert ende dertich screef, is Ezonstadt aen de
Louwerts zee geleegen deur een ongehoorden zeer hoogen
waetervloedt ende stormachtigen wind geheelyck vergangen ende
wech gedreven, oock alsoe geheel verdroncken. De naam van het
stadje zou 'oeverstrook aan de Ee' betekenen.
Esonstad zou het Noorden tegen aanvallen van de Noormannen
hebben beschermd. De kroniek uit de Middeleeuwen vertelt over
grachten, standswallen en poorten. Hoeveel huizen er hebben
gestaan is onduidelijk. Sommige archeologen twijfelen echter aan
het waarheidsgehalte van de genoemde geschriften, want nog
Esonstad, noch de enorme watersnoodramp van 1230 wordt in andere
kronieken bevestigd.
Andere oudheidkundigen hebben de daadwerkelijk waargenomen
sporen in de Lauwerszee als vertrekpunt. Op de westelijke over
van het Dokkumerdiep, vlak ten oosten van de Engwierumer polder
en ten westen van het hedendaagse Kollumeroord, zijn in de jaren
1950 op circa 250 tot 625 meter uit de toenmalige kustlijn
mogelijke overblijfselen van Esonstad gevonden. Het gaat hier om
een groot aantal min of meer rechthoekige kuilen. Ze zijn in een
veenlaag gegraven en opgevuld met klei. De vorm en de afmetingen
van de kuilen zijn zeer onregelmatig. In de jaren 1950 dacht men
dat het om huisplattegronden ging en dat de locatie van het
mystieke Esonstad was gevonden. Volgens onder meer de archeoloog
Elzinga duidt de onregelmatigheid in ligging en grootte van de
kuilen echter op een ander fenomeen, namelijk zoutveenwinning of
moerdelving. In de Middeleeuwen werd op veel plaatsen Nederland
zout gewonnen uit met zeewater doordrenkt veen. Tijdens eb
voeren scheepjes door geulen en prielen, op zoek naar bij
laagwater droogvallende stukken wad waar veen vermoed werd.
Tijdens de korte periode van laagwater werden er kuilen
gegraven, waaruit het veen gehaald werd. Dit werd naar de hoger
gelegen oeverwal vervoerd om verwerkt te worden. Het zout werd
gewonnen door de gedroogde veenkluiten te verbranden en de
overgebleven as uit te koken. De plaatsnaam Zoutkamp
(Soltecampen) lijkt ook terug te voeren op deze werkwijze.
Het huidige Esonstad in aanbouw krijgt via een sluis in de
dijk verbinding met het Lauwersmeer. Zo herleeft een oude
legende in een eigentijds jasje. Al zullen historici de
wenkbrauwen fronsen bij de herbouw van huizen in de zestiende-
en zeventiende-eeuwse stijl. Als de legende van Esonstad op
waarheid berust en de inhoud van de Middeleeuwse kronieken op
waarheid berust, is het stadje immers al in 1230 door de zee
verzwolgen....
(bronnen: Noorderbreedte, Waddenbuletin, Tialda Haartsen)
|