Lauwersmeer Koerier
Klik hier voor de nieuwspagina van de Lauwersmeer Koerier
U bevindt zich hier: Dorpen & Steden > Dokkum > Wandelroute
 
Dokkum
 
 
 
Wandelroute
 
 
Dokkum viert in 2004 haar 1250-jarig bestaan

'Rondje Dokkum' binnen de bolwerken

Na Stavoren is Dokkum de oudste van de elf Friese steden. Gesticht als bedevaartsoord in 754, na de moord op Bonifacius, viert Dokkum in 2004 haar 1250-jarig bestaan. De meeste noordelijke stad van Nederland, hoofdplaats van de gemeente Dongeradeel, geldt als een levend monument. De geschiedenis van Dokkum begint eigenlijk bij de moord op Bonifacius. Na 754 wordt Dokkum een belangrijke kloostergemeenschap. Rond 1300 krijgt het stadsrechten. Dokkum had eeuwenlang een open verbinding met de Waddenzee en groeide in de 16e en 17e eeuw uit tot een handelscentrum. Na dichtslibbing van de waterweg verviel Dokkum tot een slapend provinciestadje in het oude terpenlandschap. Nu is Dokkum het bestuurlijk centrum van Dongeradeel in Noordoost?Friesland. Het telt 14.500 inwoners en trekt jaarlijks tienduizenden toeristen, die deels over land, deels over het water komen. De afgelopen decennia is veel van de oude glorie van Dokkum in ere hersteld. Hoog tijd dus voor een stadswandeling binnen de bolwerken.

We starten ons 'rondje Dokkum' direct aan de vroegere binnenhaven van Dokkum, het Kleindiep. De namen van de omringende straten maken duidelijk wat hier werd verhandeld: Vleesmarkt, Suupmarkt, Wortelhaven, Vlasstraat en Turfmarkt. De oevers lopen aan weerszijden vanaf het water trapsgewijs op, zodat het gemakkelijk in? en uitladen was. Dat is nog steeds heel handig voor de schaatsers van de Elfstedentocht voor de laatste etappe naar Leeuwarden. Aan de andere kant van De Zijl heeft de buitenhaven, het Grootdiep, veel hogere en steilere oevers. De Zijl zelf is een pleinvormige brug boven de oorspronkelijke zeesluis. De inkepingen voor de sluisdeuren zijn er nog te zien.

Dokkum zeehaven
Aan De Zijl staat het 16e eeuwse Stadhuis, met een statige raadzaal in Rococostijl. Op De Zijl zien we het eerste van een reeks 'historische' beelden, de Schelp. Het beeld, twee schelpachtige vormen die ook op sluisdeuren lijken, roept het geluid van de zee in herinnering en drukt tegelijk ook de beschutting van de stad uit. Dokkum ligt op een uitloper van het Drents Plateau, een pakket dekzand op een sokkel van keileem. Er liepen hier drie geulen naar de Waddenzee: de Paesens naar het noorden, het Sûd Ie naar Ezumazijl en het Grootdiep in zuidoostelijke richting naar de Lauwerszee. De laatste was eeuwenlang een belangrijke handelsroute naar de Waddenzee. Dokkum was dus een havenstad en kreeg rond 1300 stadsrechten. In 1572 werd de stad geplunderd door de Spaanse gouverneur Casper de Robles en veel houten huizen gingen in vlammen op. Men besloot verdedigingswerken rond de stad te bouwen en dat zijn de huidige bolwerken, aarden wallen met zes dwingers of bastions. Hiermee had Dokkum definitief haar grenzen bepaald: 32,5 hectare. Ook omdat hier in 1596 de Fries?Groningse Admiraliteit werd gevestigd, vond er een ware hausse aan bouwactiviteiten plaats. Het oude stratenpatroon binnen de bolwerken is bewaard gebleven. Pas na de Tweede Wereldoorlog is er volop buiten de bolwerken gebouwd.

De appelboor door Dokkum

We lopen vanaf De Zijl noordwaarts door de Hoogstraat, langs de Bargemerk, tot aan de Markt. Dat is zo'n 250 meter lang een hele klim. We zijn nu de ongeveer zeven meter hoge terp van Dokkum opgelopen. Deze zogenaamde 'gedachtenisterp' is eind achtste eeuw door christenen opgeworpen op de plaats van de moord op Bonifacius in 754. Bovenop de terp, op de plaats die nu de Markt heet, werden een klooster en abdijkerk gebouwd. Het klooster werd de centrale plaats en Dokkum een belangrijke kloostergemeenschap, bezocht door pelgrims en kerkelijke leiders. Maar tijdens de Reformatie ging de appelboor door Dokkum. Het klooster en de abdijkerk werden afgebroken en sindsdien is Dokkum op zoek gebleven naar de juiste invulling van het hart van de stad. Het werd achtereenvolgens begraafplaats, veemarkt, 'bodenterrein' voor de distributie van goederen o.a. naar de waddeneilanden en is nu parkeerplaats.'

Stadslogement
Op de plaats van de abdijkerk vinden we weer een kunstwerk: een veld waarop 16 bronzen bijbels in het rond gesmeten zijn, als stille getuigenis van de moord op Bonifacius. Dit Martelaarsveld grenst aan de St. Martinuskerk, die nu aan de rand van de Markt staat. Duidelijk is te zien
dat de zijbeuk van deze kerk met andere stenen is gebouwd dan het hoofdgebouw. Men heeft later de abdijkerk willen restaureren, maar het Provinciebestuur wilde dit niet. Toen heeft men de bestaande parochiekerk met stenen van de oude abdijkerk uitgebreid. Pas recent, bij het 700?jarig bestaan van de stad, heeft men tijdens opgravingen de fundamenten van de abdijkerk aangetroffen. Het stadslogement 'De Abdij van Dockum' is een deel van het klooster geweest, dat later een weeshuis werd, zoals nu nog in de gevelsteen te zien is.

Gotische korfbogen
We lopen door de Torenstraat, waar tot in de vorige eeuw de Kloostertoren stond, langs het Gasthuis naar beneden en zien aan de overkant van het grachtje het vrijgevochtenwaltje met onwaarschijnlijk kleine huisjes. Aan het eind ligt het Leerlooiersperk, waar kinderen uit het weeshuis in de leerlooierij werkten en waar nog tot eind jaren zestig de stinkende huiden te drogen hingen. Op weg naar het kunstwerk op de hoek van de Grote Breedstraat staat in de Boterstraat een bijzonder pand. Dit is nog één van de weinige huizen die de brand van 1572 hebben doorstaan. Een stenen huis met gotische korfbogen en nog een mooie gevel. Opvallend zijn ook de drie kleurige pilaren die de Grote Breedstraat ontsluiten. Dit kunstwerk refereert aan de bloeitijd van Dokkum, de 17e eeuw, met diverse soorten verguld serviesgoed bovenop de pilaren.'

Dwingers op schootsafstand
Via de Koornmarkt en het Kereweer bereiken we de oostelijke stadswal, het Oosterbolwerk. De omwalling van Dokkum heeft een gelijkmatige zeskantige vorm, met de dwingers op gelijke afstanden, steeds op schootsafstand, van elkaar. Het water links heet de Hardrijdersgracht, naar de schaatswedstrijden op deze plaats. Aan de overkant staat de IJsherberg, vroeger een boerderij en herberg, nu uitgebouwd tot multicultureel centrum. Aan de huizen rechts kun je zien dat ze tegen een dijk aangebouwd zijn, de voorkant is hoger dan de achterkant. Dit is de oude zeedijk langs het Grootdiep, die tot ver in de stad te volgen is. Aan de overkant van het Grootdiep zie je het prachtig gerestaureerde graanpakhuis, waarin later een sigarenfabriek is gevestigd. Aan de naastgelegen directeurswoning is te zien dat de fabriek goede tijden heeft gekend. Daarnaast ligt nog een stuk van de scheepshelling van de Admiraliteit, die in de 17e eeuw veel groter is geweest. De drie 12 meter hoge masten met in de top een plateau met een skelet van een schip is ook een historische kunstwerk. Het symboliseert de vergane glorie van de zeehaven als het kloppende hart van Dokkum. Maar in de tweede helft van de zeventiende eeuw begon het Grootdiep te verzanden en was het afgelopen met de scheepvaart in Dokkum. De Admiraliteit verhuisde in 1645 naar Harlingen. In het Admiraliteitshuis uit 1618 waar we aan de zijkant langslopen, is het streekmuseum gevestigd.

Trekschuit in ere hersteld
Terug op de Grote Breedstraat staan we oog in oog met het Waaggebouw, dat precies 1000 jaar na de moord op Bonifacius is neergezet. 'Op de gevelsteen staat "Weegt en Waakt", omdat het gebouw naast waag ook brandweerkazerne is geweest. De omgevallen stenen tol naast de Waag roept de gedachte op aan een bruisende activiteit die tot stilstand is gekomen. Toen de weg naar zee was afgesneden, richtte Dokkum zich op de binnenwateren. De Stroobossertrekvaart werd gegraven, waarmee Dokkum op de route van de trekschuiten van Leeuwarden naar Groningen kwam te liggen. De trekschuit is weer in ere hersteld; 's zomers kan men een rondvaart per trekschuit maken! Het is een museumschip dat van het Amsterdamse Scheepvaartmuseum komt. Na de afdaling via de Waagstraat en de Gasthuisstraat naar het Grootdiep en De Zijl valt de steeds verspringende huizenlijn op. Geen enkel blok huizen langs het Groot? en het Kleindiep is een rechte lijn. Steeds begint een volgend stuk wat verder naar voren of achteren. Het stadhuis staat verder naar voren dan de huizen aan de Diepswal. De rij huizen aan de Turfmarkt loopt in een kromming, met aan het eind een verspringend huis. Hierdoor valt het allemaal in één oogopslag te bevatten. Dat maakt Dokkum 'het beleven waard'.

 
Ster Speciaal aanbevolen door de Lauwersmeer Koerier
 
Logo Copyright SEAL Productions, Zoutkamp.
E-mail: Seal Productions